Ziekte van Parkinson

Symptomen

  • Beven (tremor) van de hand(en)
  • Verminderd meebewegen van een of beide armen tijdens het lopen
  • Verminderde beweeglijkheid en stijfheid in het algemeen
  • Houdings- en evenwichtsstoornissen

Wat is het?

De ziekte van Parkinson is een aandoening van het zenuwstelsel met een viertal hoofdkenmerken: trillen (tremor), verminderde beweeglijkheid, stijfheid en houdings- en evenwichtsstoornissen. Ook psychische stoornissen zoals een sombere stemming en geheugenproblemen komen regelmatig voor, evenals een toegenomen speekselproductie, een vette huid en een moeizame stoelgang. Het verminderd meebewegen van een of beide armen tijdens het lopen is doorgaans het eerste verschijnsel van de ziekte van Parkinson. Meestal is het trillen van de hand(en) voor de meeste mensen echter de eerste aanleiding aan deze ziekte te denken. Het trillen is vooral in rust zichtbaar, wordt minder als men bijvoorbeeld iets pakt en is ’s nachts afwezig. Het maakt de indruk van geld tellen of pillendraaien. Ook aan het hoofd of de voet(en) is soms een tremor zichtbaar. Opvallende verschijnselen kunnen verder zijn: een kleiner wordend handschrift, lopen met kleine pasjes, moeite hebben met stoppen en in plaats daarvan steeds harder gaan lopen, weer terugvallen in de stoel na opstaan, moeite hebben met omdraaien bijvoorbeeld in bed, onduidelijk spreken en een strak gelaat met weinig uitdrukking. Emoties kunnen de intensiteit van de verschijnselen beïnvloeden. In het begin van de ziekte is vaak een kant van het lichaam aangedaan, later kunnen beide kanten mee gaan doen. De ziekte van Parkinson ontstaat meestal op oudere leeftijd, gemiddeld rond het 62ste levensjaar, bij tien tot twintig procent van de patiënten voor het 50ste levensjaar. Het beloop van de ziekte is bij iedereen anders, van een milde aandoening met weinig handicaps tot een na verloop van jaren ernstige invaliditeit.

Symptoomcheck: Parkinson

De ziekte van Parkinson is een hersenaandoening die het gevolg is van een aanhoudende, onomkeerbare achteruitgang van de bouw en functies van bepaalde hersencellen. De ziekte van Parkinson heeft vaak een erfelijke achtergrond en kan optreden vanaf het 35e levensjaar, maar vooral op hogere leeftijd. Met behulp van deze test kunt u nagaan in hoeverre de specifieke kenmerken van de ziekte van Parkinson op uw situatie van toepassing zijn. De test is anoniem. Er wordt niet gevraagd naar uw naam en adresgegevens.

Hoe kom je eraan?

De ziekte van Parkinson is een van de meest voorkomende neurodegeneratieve ziekten. Neurodegeneratie betekent het ten gronde gaan van bepaalde groepen zenuwcellen. De stofwisseling van die groep zenuwcellen verslechtert waardoor de functie van de cellen verloren gaat. Dit gebeurt meestal geleidelijk, klachten ontstaan daardoor ook geleidelijk. Bij de ziekte van Parkinson speelt de degeneratie zich vooral af in de substantia nigra, een groep zenuwcellen gelegen in de middenhersenen, boven in de hersenstam. De werkelijke oorzaak is niet bekend. Waarschijnlijk speelt een combinatie van erfelijkheid en omgevingsfactoren bij het ontstaan een rol. Door het ten gronde gaan van zenuwcellen ontstaat er een tekort aan dopamine. Dopamine is een neurotransmitter, een chemische stof die in staat is prikkels van de ene naar de andere zenuwcel over te dragen en daarmee zenuwcellen de mogelijkheid geeft met elkaar te communiceren. Prikkeloverdracht is essentieel voor het goed functioneren van de hersenen. Men schat dat verschijnselen van de ziekte van Parkinson pas na 70 tot 80 procent uitval van de zenuwcellen in de substantia nigra zichtbaar worden.

Wat kunt u zelf doen?

Aan de ziekte van Parkinson kunt u zelf niet veel doen. Het is verstandig een afspraak te maken bij uw huisarts indien u het vermoeden heeft aan deze ziekte te lijden.

Wat doet de dokter?

De ziekte van Parkinson is niet te genezen. Wel is het mogelijk de verschijnselen te onderdrukken met medicijnen. In het begin van de ziekte, bij lichte klachten, zijn medicijnen nog niet nodig. Trainen van de ADL-functies (algemene dagelijkse levensverrichtingen) is dan soms al voldoende. De fysiotherapeut kan daarbij dan behulpzaam zijn. Een belangrijk gevolg van de ziekte van Parkinson is het tekort aan de neurotransmitter Dopamine. Er is een aantal groepen medicijnen die het tekort aan Dopamine kunnen corrigeren. Regelmatige controle is echter wel van belang omdat ook na verloop van jaren nog rekening moet worden gehouden met een afnemende werking of met toenemende bijwerkingen.