Menstruatie – afwijkingen in de duur van de cyclus

Symptomen

  • Weinig frequente menstruaties (één keer per zes weken tot één keer per zes maanden)
  • Langer dan vijf weken durende menstruatiecyclus

Wat is het?

De menstruatiecyclus is de tijdsperiode tussen het begin van een menstruatie tot aan het begin van de volgende menstruatie. In deze periode wordt het baarmoederslijmvlies (als er geen innesteling van een bevruchte eicel heeft plaatsgevonden) afgestoten. Er vindt een eisprong plaats. Het slijmvlies in de baarmoeder komt weer tot rijping totdat het opnieuw wordt afgestoten. Bij de meeste vrouwen ligt de duur van deze cyclus tussen de 24 en 35 dagen. Het gemiddelde ligt op 28 dagen. Hoewel sommige vrouwen “er de klok op gelijk kunnen zetten” is de cyclusduur bij veel vrouwen variabel. Als de cyclusduur echter langer is dan vijf weken spreken we van oligomenorroe (= weinig frequente menstruatie). Sommige vrouwen menstrueren slechts enkele malen per jaar en bij sommigen blijft de menstruatie helemaal weg. In dat geval spreken we van amenorroe.

Symptoomcheck: Menstruatieklachten

De menstruatiecyclus is de tijdsperiode tussen het begin van een menstruatie tot aan het begin van de volgende menstruatie. In deze periode wordt het baarmoederslijmvlies (als er geen innesteling van een bevruchte eicel heeft plaatsgevonden) afgestoten. Er vindt een eisprong plaats. Het slijmvlies in de baarmoeder komt weer tot rijping totdat het opnieuw wordt afgestoten. Bij de meeste vrouwen ligt de duur van deze cyclus tussen de 24 en 35 dagen. Het gemiddelde ligt op 28 dagen. Hoewel sommige vrouwen 'er de klok op gelijk kunnen zetten' is de cyclusduur bij veel vrouwen variabel. Als de cyclusduur echter langer is dan 5 weken spreken we van oligomenorroe (= weinig frequente menstruatie). Sommige vrouwen menstrueren slechts enkele malen per jaar en bij sommigen blijft de menstruatie helemaal weg. In dat geval spreken we van amenorroe. Met behulp van deze test kun je zien of je iets aan de klachten kunt doen door je leefstijl aan te passen.

Hoe kom je eraan?

  • Voor een niet zo frequente menstruatie zijn een aantal mogelijke oorzaken aan te wijzen.
  • Aan het begin en het einde van de vruchtbare levensfase van de vrouw (tussen de puberteit en de overgang) kan het gebeuren dat er wel baarmoederslijmvlies wordt opgebouwd maar dat het niet tot een eisprong komt. De cyclus kan daardoor niet worden afgerond en het slijmvlies wordt steeds dikker. Op den duur ontstaan doorbraakbloedingen.
  • Het polycysteus ovarieel syndroom (PCO). Dit is een aandoening van de eierstokken. Behalve een weinig frequente menstruatie zijn andere kenmerken van deze aandoening: overgewicht en een overmatige beharing van het mannelijke type, dus ook in het gezicht en op armen en benen.
  • Bij functiestoornissen van de schildklier of de bijnieren kan de menstruatie ook minder vaak komen of verdwijnen.
  • De hypofyse (pijnappelklier) in de hersenen produceert hormonen, onder andere het hormoon prolactine. Als er teveel van dit hormoon wordt geproduceerd (= hyperprolactinaemie) neemt de frequentie van de menstruatie af. Verder zien we bij deze aandoening vaak een wat melkachtige afscheiding uit de tepels verschijnen.
  • Het kan ook zijn dat de hormonale aansturing van de eierstokken vanuit de hersenen stopt of vertraagt. Dit kan het gevolg zijn van psychologische en lichamelijke overbelasting: stress, anorexia nervosa en zeer intensieve sportbeoefening.

Wat kunt u zelf doen?

Weinig of niets. Een bezoek aan de huisarts is noodzakelijk.

Wat doet de dokter?

  • Om te beginnen moet de precieze oorzaak van de menstruatiestoornis worden vastgesteld. Dit kan alleen een arts doen. De arts zal met u nagaan hoe het verloop van het menstruatiepatroon in uw leven is geweest en vragen stellen om een van de genoemde mogelijke oorzaken te kunnen vaststellen. Bij het lichamelijk onderzoek zal hij onder andere letten op het gewicht, het beharingspatroon en de grootte van de eierstokken. Er wordt bloedonderzoek gedaan naar het functioneren van de schildklier en de bijnier en ook wordt het prolactinegehalte bepaald. De behandeling hangt vanzelfsprekend af van de aandoening die de klachten veroorzaakt:
  • Voor het behandelen van functiestoornissen van schildklier en bijnier zult u naar een internist worden verwezen.
  • Het polycysteus ovarieel syndroom hoeft niet te worden behandeld. Zodra er kinderwens is moet u wel de hulp van de gynaecoloog ingeroepen. Deze kan met medicijnen de eisprong kunstmatig opwekken.
  • Een hyperprolactinaemie kan met medicijnen worden onderdrukt. Als het hormoon wordt geproduceerd door een gezwelletje in de hypofyse kan het nodig zijn dit gezwelletje operatief te verwijderen.
  • Bij stress moet de oorzaak daarvan worden aangepakt.
  • Anorexia nervosa vraagt vaak om een intensieve en langdurige begeleiding.
  • Zodra sporters hun carrière afbouwen zal het normale menstruatiepatroon zich spontaan herstellen.