Doorliggen

Symptomen

  • Beschadiging van de huid ten gevolge van langdurige druk of schuifkrachten
  • Variërend van lichte roodheid tot diepe en grote huiddefecten

Wat is het?

Met spreekt van doorliggen of decubitus bij een beschadiging van de huid door druk- of schuifkrachten op de huid. Decubitus wordt ingedeeld in een viertal stadia: in stadium één is er alleen sprake van een niet wegdrukbare roodheid, in stadium twee van een oppervlakkige beschadiging van de huid met oppervlakkige wondjes of blaarvorming. Van stadium drie wordt gesproken indien zich wonden (ulcus of ulcera) gaan vormen tot in het onderhuidse weefsel. En bij stadium vier is er sprake van een diep ulcus of diepe ulcera tot op het bot, pees of gewricht. Doorliggen en vooral doorligwonden kunnen zeer pijnlijk zijn.

Symptoomcheck: Doorliggen

Divertikels zijn uitstulpingen van de dikke darm. Ze zitten vooral in het laatste deel van de dikke darmen (links in de buik) en ontstaan pas op latere leeftijd (na het vijftigste jaar). Vrijwel iedereen krijgt ze in zekere mate. Bij de meeste mensen leidt dat niet tot klachten.

Hoe kom je eraan?

Doorliggen of decubitus ontstaat doordat de huid en het onderhuidse weefsel worden samengedrukt tussen de botten en de onderlaag. De kleine bloedvaten in het onderhuidse weefsel worden daardoor dichtgedrukt. De zuurstof- en energievoorziening komt in gevaar. Als de druk op de huid te lang duurt en zeker als de conditie van de huid slecht is zal deze langzaam maar zeker gaan beschadigen. Droogheid van de huid, langdurig contact met urine of ontlasting en een slechte voedingstoestand zijn factoren die de conditie van de huid nadelig kunnen beïnvloeden. Decubitus komt vooral voor op plaatsen waar tijdens liggen of zitten veel druk of wrijving ontstaat zoals op de schouderbladen, de stuit en zitbenen, de heupen, de hielen en de enkels. Veelal zal dit alleen gebeuren bij mensen die bedlegerig zijn, zoals tijdens ziekte of na een operatie of langdurig in een (rol)stoel moeten zitten.

Wat kunt u zelf doen?

De belangrijkste maatregel ter voorkoming van decubitus is het zoveel mogelijk vermijden van druk en wrijving op een plaats. Een goede en afwisselende lig- en zithouding, door iedere twee tot vier uur te veranderen van zij, zo mogelijk op de buik te gaan liggen en tijdens langdurig zitten proberen af en toe te verzitten of (met hulp) te gaan staan, zijn hierbij van groot belang. Onderuit zakken in bed of stoel, schuiven en trekken evenals plooien of andere onregelmatigheden in bed of zitkussen moeten worden vermeden. Bij incontinentie voor urine of ontlasting of sterk transpireren moet regelmatig worden verschoond. Een gezonde, eiwitrijke voeding is belangrijk. Decubitus wordt in het algemeen verzorgd en behandeld door een wijkverpleegkundige van de thuiszorgorganisatie, meestal in overleg met de huisarts.

Wat doet de dokter?

Bij koorts en/of een toenemend ziektegevoel in combinatie met decubitus is het verstandig de arts te waarschuwen. Soms kan namelijk het omringende gezonde weefsel of het onderliggende bot gaan ontsteken (osteomyelitis) en bij uitzondering kan ook een bloedvergiftiging (sepsis) ontstaan. In stadium één wordt meestal nog geen specifieke therapie toegepast. Er moet zorgvuldig worden gelet op de bovengenoemde maatregelen en adviezen ter voorkoming van decubitus. Bij een droge huid kan wel een vochtinbrengende zalf, zoals lanettecrème, worden gebruikt. In stadium twee, drie en vier hangt de behandeling af van het aspect van de huidbeschadiging of het ulcus of er sprake is van een ontsteking in of een infectie rondom de wond of er zich dood (necrotisch) weefsel in het ulcus bevindt en of de wond droog of nattend is. Necrotisch weefsel zal meestal worden verwijderd. Het voert te ver om hier alle mogelijke behandelingsmethoden te vermelden. Vaak wordt er gebruik gemaakt van eigen, mede door eigen ervaringen ontstane, behandelingsprotocollen. Bij ernstige decubitus zal de wijkverpleegkundige regelmatig, soms dagelijks of meermaals per dag langskomen om de doorligplekken te behandelen. In een enkel geval zal uw huisarts verwijzen naar of overleggen met chirurg, huidarts of verpleeghuisarts. Vooral indien er sprake is van uitgebreide necrose of indien er ondanks optimale behandeling na enkele weken nog geen verbetering is opgetreden.