COPD

Symptomen

  • chronische hoest met opgeven van slijm
  • kortademigheid, aanvankelijk vooral bij inspanning
  • verergering van de klachten tijdens een verkoudheid
  • piepende, pruttelende ademhaling

Wat is het?

COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease) is een ziekte waarbij de capaciteit van de longen om zuurstof op te nemen geleidelijk achteruit gaat. Vroeger werd wel gesproken van chronische bronchitis. De eerste klachten ontstaan dikwijls vanaf het 40e levensjaar. Het begint met een zogenaamde “rokershoest”. Bij het opstaan moeten de longen eerst flink schoon gehoest worden. U merkt dat u eerder kortademig bent. Boven aan de trap moet u eerst even uithijgen. Geleidelijk aan treedt die kortademigheid eerder op. Bij een verkoudheid nemen de klachten toe. U bent dan nog meer kortademig, hoest nog meer slijm op en het duurt langer voordat de verkoudheid over is. Met het voortschrijden van de ziekte wordt u ook in rust benauwd. Geleidelijk aan kunt u geen lichamelijke inspanning meer verrichten, u vermagert en verzwakt. Uiteindelijk komt u te overlijden, meestal als gevolg van een luchtweginfectie.

Symptoomcheck: COPD

COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease) is een ziekte waarbij de capaciteit van de longen om zuurstof op te nemen geleidelijk achteruit gaat. Vroeger werd wel gesproken van chronische bronchitis. De eerste klachten ontstaan dikwijls vanaf het 40e levensjaar. Het begint met een zogenaamde 'rokershoest'. Bij het opstaan moeten de longen eerst flink schoongehoest worden. U merkt dat u eerder kortademig bent. Boven aan de trap moet u eerst even uithijgen. Geleidelijk aan treedt die kortademigheid eerder op. Bij een verkoudheid nemen de klachten toe. U bent dan nog kortademiger, hoest nog meer slijm op en het duurt langer voordat de verkoudheid over is. Met het voortschrijden van de ziekte wordt u ook in rust benauwd. Geleidelijk aan kunt u geen lichamelijke inspanning meer verrichten, u vermagert en verzwakt. Uiteindelijk komt u te overlijden, meestal als gevolg van een luchtweginfectie.

Hoe kom je eraan?

  • De oorzaak van copd is een chronisch ontstekingproces in de longen waardoor steeds meer longweefsel verloren gaat. In vrijwel alle gevallen (er zijn een paar uitzonderingen) wordt deze ontsteking veroorzaakt door roken. De sigarettenrook beschadigt en vernietigt de longblaasjes en de kleine luchtwegen. Daarnaast verlamt de sigarettenrook het reinigingssysteem in de longen. Slijm en ontstekingsmateriaal kunnen daardoor minder goed uit de longen worden afgevoerd. Zo’n tien tot vijftien procent van alle rokers krijgt te kampen met COPD. Astmatische patiënten zijn er extra gevoelig voor.
  • Wat kunt zelf doen?

Stoppen met roken zodra zich de eerste verschijnselen van copd voordoen, is het allerbelangrijkste wat u kunt doen. Nadat u bent opgehouden met roken stopt het ontstekingsproces geleidelijk aan en daarmee dus ook de verdere vernietiging van het longweefsel. Weliswaar kan het verloren longweefsel niet worden teruggewonnen maar door tijdig te stoppen kunt u toch nog veel gezonde levensjaren winnen. Zorg dat u zo goed mogelijk in conditie blijft. Regelmatig een half uur wandelen, zwemmen of fietsen bijvoorbeeld. U zult bemerken dat uw conditie verbetert en de kortademigheid afneemt. In veel plaatsen bestaat de mogelijkheid te oefenen onder toezicht van een fysiotherapeut. Vooral in het begin kan dat zinvol zijn. Informeer naar deze mogelijkheid bij uw huisarts. Als u te zwaar bent val dan af. Eet gezond en voldoende. Als u teveel afvalt, overleg dan met uw arts.

  • Vraag om de jaarlijkse griepprik als u geen oproep krijgt van uw arts.

Wat doet de dokter?

Ga naar uw arts als u verschijnselen van copd bemerkt. Als deze copd als oorzaak van uw klachten vermoedt zal hij een longfunctieonderzoek laten doen. Dit is een blaastest waarbij wordt nagegaan hoeveel lucht u kunt inademen en hoeveel lucht u in korte tijd kunt uitademen. Ook wordt gekeken of de prestaties verbeteren na het inhaleren van bepaalde medicijnen. Kenmerkend voor copd is dat het uitademen bemoeilijkt wordt door het samenvallen van de kleine luchtwegen en luchtwegverwijdende medicijnen hierop maar een beperkte invloed hebben. Als de diagnose is gesteld zal uw arts u de nodige adviezen geven (zie boven). Daarnaast zal hij u luchtwegverwijdende inhalatiemedicijnen voorschrijven. Daarnaast zijn er de zogenaamde ontstekingsremmers. Ook dit zijn inhalatiemedicijnen die bij een deel van de patiënten verbetering kunnen geven en tevens een verdere verslechtering van de longfunctie kunnen afremmen. Bij patiënten die veel last hebben lijkt dagelijks gebruik van een slijmoplosser een gunstig effect te hebben. Als u veel last hebt is een verwijzing naar de longarts nodig. Na diens specialistisch onderzoek kan hij uw medicatie aanpassen.