Bedplassen

Symptomen

  • Tenminste twee maal per maand ’s nachts nat zijn, bij een kind van zes jaar of ouder.

Wat is het?

Bij de meeste kinderen ligt de overgang naar nachtelijke zindelijkheid op vier- à vijfjarige leeftijd. Bij sommigen ligt die echter later, soms pas na de basisschool. Het moment van zindelijk worden is deels erfelijk bepaald. Als een kind laat zindelijk wordt blijkt vaak dat een van beide ouders er ook laat mee was. Maar bedplassen is lastig. Om praktische redenen, want het levert extra was op en de matras gaat ruiken. Ook om sociale redenen: als het kind wat ouder wordt gaat het zich ervoor schamen. Het durft niet uit logeren te gaan bij vriendjes of vriendinnetjes uit angst voor “ongelukjes”. Schoolkampen zijn helemaal een probleem. Het is bang dat vriendjes erover horen, want dan zou er wel eens flink gepest kunnen worden. Dat kunnen redenen zijn om vanaf de leeftijd van zes jaar het natuurlijke leerproces een handje te gaan helpen.

Symptoomcheck: Bedplassen

Bij de meeste kinderen ligt de overgang naar nachtelijke zindelijkheid op vier- of vijfjarige leeftijd. Bij sommigen ligt die echter later, soms pas na de basisschool. Het moment van zindelijk worden is deels erfelijk bepaald. Als een kind laat zindelijk wordt blijkt vaak dat een van beide ouders er ook laat mee was. Maar bedplassen is lastig. Om praktische redenen, want het levert extra was op en de matras gaat ruiken. Ook om sociale redenen: als het kind wat ouder wordt gaat het zich ervoor schamen.

Hoe kom je eraan?

Emoties spelen bij de zindelijkheid een rol. Kinderen die al zindelijk zijn hebben nog wel eens een ongelukje als ze gespannen zijn, zoals voor een verjaardag, een nieuwe juf of Sinterklaas. Dat is normaal. Maar als kinderen die eerst droog waren later toch regelmatig weer gaan bedplassen is het toch zinvol na te gaan of er niet sprake is van grotere problemen: zijn er spanningen in het gezin, wordt er gepest op school, zijn er conflicten? Ook kan er een lichamelijke oorzaak zijn: heeft het kind misschien een urineweginfectie of heeft het problemen met de ontlasting? Obstipatieklachten gaan namelijk nogal eens gepaard met problemen met de zindelijkheid. In de meeste gevallen zal het kind dan ook overdag klachten hebben.

Wat kunt u zelf doen?

  • Besteed tot het zesde jaar niet teveel aandacht aan nachtelijke zindelijkheid. Prijs het kind (maar ook weer niet te uitbundig) als het eens een nachtje droog is. Vanaf zes jaar is een aantal methoden beschikbaar. Blijf wel positief. Dat betekent: niet straffen als het fout gaat, maar belonen als het goed gaat. Het kind mag ’s avonds gewoon wat drinken. Doe het geen luier meer aan, maar leg een zeiltje in bed. Tenslotte, als u een methode gekozen hebt, wees er dan consequent in.
  • Opnemen: haal het kind op als u naar bed gaat of zonodig eerder. Zorg dat het goed wakker is en laat het dan plassen.
  • Kalendermethode. Hang een kalender op de kamer van het kind of laat het zelf een kalender maken. Geef daarop aan (met een vlaggetje, sticker) welke nachten het droog is geweest. Spreek een beloning af als een prestatie wordt geleverd, bijvoorbeeld als het kind één week aan een stuk zindelijk is geweest. Leg de lat geleidelijk wat hoger.
  • Blaastraining. Sommige kinderen hebben een wat krappe blaas, zodat deze ’s nachts snel vol is. Als uw kind overdag meer dan acht keer moet plassen zou het wel eens een krappe blaas kunnen hebben. Oefen overdag: probeer de plas langer op te laten houden zodat de blaas wat ruimer wordt.
  • Plaswekker. Is een methode die geschikt is voor kinderen die wat ouder zijn (acht jaar). Het kind krijgt een broekje aan waarin fijne koperdraadjes zitten. Worden de draadjes nat, dan gaat er een stroompje lopen waardoor er een wekker afgaat. Zo leert het kind wakker te worden als het aandrang heeft of plast. Deze methode is ook goed te gebruiken in combinatie met andere methoden.

Wat doet de dokter?

Raadpleeg uw arts als u met deze methoden niet uitkomt of als u denkt dat er meer aan de hand is. De arts zal een aantal dingen willen weten (zie hierboven bij “Hoe kom je eraan?)”. Hij zal de plas laten nakijken op een urineweginfectie. Heeft het kind problemen met de ontlasting dan worden die behandeld. Hij zal u enkele methoden van zindelijkheidstraining aan de hand doen. Eventueel, als de training niet lukt kan hij deze met medicijnen ondersteunen. Er bestaan medicijnen die de nachtelijke urineproductie doen afnemen. Ze kunnen beter niet langdurig gebruikt worden, maar zijn een prima uitkomst bij een logeerpartij of een schoolkamp. Vermoedt hij een lichamelijke afwijking, dan zal hij het kind verwijzen naar de kinderarts.